19e eeuwse Bruiloft

11.00 uur

 

Na het jawoord en het ondertekenen van de aktes wordt de huwelijkspijp door de bruidzuster binnengebracht.
Dit is de zuster van de bruid.
Zij geeft de versierde kalken pijp aan de bruid en die geeft op haar beurt de pijp weer aan haar man.
Vervolgens houdt ze het brandend komfoor bij, zodat de vlam in de Heerenbaai komt.
Door dit symbool toont zij aan dat zij haar man gedienstig zal zijn.

Deze pijp draagt de bruidegom de gehele dag bij zich.
Na afloop komt de pijp in een kastje aan de wand te hangen.
Bovendien mocht de pijp niet breken, want dat was een slecht voorteken voor het huwelijk.
Meestal werd de bruidegompijp bij andere belangrijke gelegenheden weer te voorschijn gehaald.
Na het plechtige gedeelte is het de hoogste tijd om feest te vieren.
Maar eerst wordt het jonge bruidspaar veel geluk gewenst door familieleden en bekenden.
Zij bieden het paar geschenken aan, in de vorm van linnengoed, dat vroeger opgerold in de linnenkast bewaard werd.
De bruidegom kreeg van zijn ouders bij het linnengoed een doodshemd.
Dat was de gewoonte, de dood hoort bij het leven.
Omdat het bruidspaar eigenlijk “Boer en Boerin” worden, hoort bij de geschenken ook wat vee.
Een echte kraantjeskan wordt hen ook aangeboden.
Ondertussen gaat de brandewijn met rozijnen rond, een drank die vroeger nooit ontbrak en al weken van tevoren werd ingemaakt.
Ouderwetse muziek met bijpassende dansen worden door de Skotsploech gebracht.
Wanneer alle gasten aan de bruidstafel zitten en op het bruidspaar wachten, heerst er al een feestelijke stemming.
De bruid strooit eerst nog van alles naar de kinderen in haar buurt, bruidssuikertjes en lovertjes.
Dat wil zeggen dat zij afscheid neemt van haar jeugd.
En dan begint de maaltijd.

 
Presentatie: Sita Hoekstra-de Boer
Grietman: D.S. Hylkema
Assessor: Tsjepke v.d. Honing

<<<